SMBWO-erkenning: Keurmerk voor Medisch-Biologisch Wetenschappelijk Onderzoekers

De SMBWO-standaard

De ene doctor is de andere niet. Wetenschappelijk onderzoekers – zelfs met dezelfde specialisatie – vertonen vaak sterke kwaliteitsverschillen. Om in de behoefte aan duidelijkheid hierover te voorzien, heeft de SMBWO een pakket van eisen opgesteld, zowel voor de theoretische vorming als de wetenschappelijke werkzaamheden. Deze ‘gouden standaard’ biedt de zekerheid dat erkende opleidingen en onderzoekers een zeer hoog en gelijkwaardig niveau hebben.

Het effect

SMBWO-erkenning geldt internationaal als garantie dat aan de normen voor een PhD is voldaan. Hierdoor beschikken erkende onderzoekers over betere papieren op de arbeidsmarkt. Een groeiend aantal /organisatiestructuur/s vraagt zelfs expliciet om medewerkers met SMBWO- getuigschrift.

Voorwaarden voor erkenning

- Artsen en biomedische onderzoekers die een erkende opleiding hebben voltooid, ontvangen het SMBWO-getuigschrift na een positieve beoordeling van hun kennis en vaardigheden.
- Onderzoekers die niet of bij een niet-erkende instelling zijn gepromoveerd, kunnen een erkende opleider benaderen. Deze zal op grond van hun CV en publicaties beoordelen of hun bagage voldoende is om in aanmerking te komen voor het getuigschrift. In sommige gevallen zal het nodig zijn dat de kandidaat zijn theoretische vorming of onderzoekservaring verruimt.
- Wetenschappelijk medewerkers die SMBWO-registratie willen aanvragen voor hun opleidingsinstituut kunnen, na overleg met verenigingen en het bestuur van de SMBWO, terecht bij het secretariaat van de SMBWO.

Erkende opleidingen

Inmiddels zijn er erkende opleidingen op de volgende vakgebieden:
- Experimentele Pathobiologie
- Epidemiologie
- Fysiologie
- Humane Genetica
- Immunologie
- Medische Microbiologie
- Parasitologie
- Voedingswetenschappen
Voor elk vakgebied is er een specifiek reglement, waarin beschreven is wie toegang heeft tot de opleiding, wat de precieze inhoud ervan is en aan welke eisen onderzoekers moeten voldoen om deze met goed gevolg af te sluiten.


ALGEMEEN REGLEMENT van de ‘Stichting ter bevordering van instelling en instandhouding van een stelsel van opleidingen tot Medisch-Biologisch Wetenschappelijk Onderzoeker’ (SMBWO).

A. Doelstelling van de SMBWO

De SMBWO faciliteert het opzetten van opleidingen tot medisch-biologisch wetenschappelijk onderzoeker. De SMBWO stelt hiervoor reglementen op en bewaakt de kwaliteit van het onderwijs. De genoemde opleidingen zijn erop gericht dat de studenten zich natuurwetenschappelijke en medische kennis, denkwijzen en methodologie eigen maken t.b.v. medisch-biologisch onderzoek.

B. Samenstelling van het bestuur van de SMBWO

1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit de volgende leden:
- één wetenschappelijk medewerker in vaste dienst van elke universiteit met een medische faculteit;
- één wetenschappelijk medewerker die in vaste dienst is bij een Technische Universiteit óf de Universiteit van Wageningen;
- leden te benoemen door de verenigingen die deel uitmaken van de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen en waarvan de vaktechnische erkenning loopt via de SMBWO.

2. De onder 1. genoemde leden worden benoemd in overleg met de instelling of vereniging waaruit zij voortkomen. Hierbij wordt gestreefd naar een redelijke spreiding over de betrokken (sub)faculteiten, universiteiten en disciplines.

3. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en de Vereniging van Medisch-Wetenschappelijke Onderzoekers kunnen adviserende leden of waarnemers benoemen. Adviserende leden en waarnemers hebben geen actief en passief stemrecht.

4. De bestuursleden kiezen uit hun midden een dagelijks bestuur, dat ten minste bestaat uit een voorzitter, een vice-voorzitter en een secretaris/penningmeester.

5. Het dagelijks bestuur bereidt de bestuursvergaderingen voor en voert de genomen besluiten uit.

6. Bij afwezigheid van de voorzitter en vice-voorzitter treedt de secretaris/penningmeester op als plaatsvervangend voorzitter.

C. Taken van de SMBWO

1. Vaststellen van de opleidingsrichtingen.

2. Vaststellen van de algemene opleidingseisen in het Algemeen Reglement.

3. Vaststellen van de specifieke eisen voor iedere richting in een opleidingsreglement (zie ook E2).

4. Benoemen van een Commissie van Toezicht en Beoordeling (CTB) voor elke opleidingsrichting (zie ook F).

5. Benoemen van opleiders voor elke opleiding op voordracht van de CTB (zie ook E4).

6. Toekennen van getuigschriften aan kandidaten die de opleiding met goed gevolg voltooid hebben (zie ook D5).

7. Voeren van een beroepsprocedure als er sprake is van een geschil (zie ook G).

De instellingen die de opleidingen verzorgen, blijven hiervoor overigens zelf verantwoordelijk, ongeacht de bemoeienis van de SMBWO.

D. Algemene opleidingseisen

1. De SMBWO-opleidingen zijn beroepsgerichte onderzoekersopleidingen in de zin van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs (WWO) 1986, art. 12, lid 3. Ze bestaan uit een periode van theoretische vorming en een periode van praktische wetenschappelijke werkzaamheid. (In sommige gevallen zal de CTB aanvullend onderricht eisen).

2. De eisen die de CTB stelt aan de eventuele aanvullende werkzaamheden, (zie D1), staan in het betrokken opleidingsreglement. In het algemeen geldt als voorwaarde: een proefschrift op het onderhavige gebied en minimaal vier publicaties als eerste auteur, of: drie publicaties als eerste en twee publicaties als medeauteur op het betreffende vakgebied in een internationaal tijdschrift met een referee-systeem. Het wetenschappelijk onderzoek kan van fundamentele of toegepaste aard zijn.

3. Als de theoretische vorming met goed gevolg is afgerond, verstrekt de betrokken instelling hiervan een verklaring.

4. Als een kandidaat beide onderdelen van de opleiding (zie D1) heeft voltooid, beoordelen de opleiders zijn kennis en vaardigheden. Dit gebeurt onder toezicht van de betrokken CTB, die het eindoordeel bericht aan de SMBWO.

5. De SMBWO verschaft een getuigschrift aan kandidaten die beschikken over een verklaring zoals bedoeld in D3 en die tevens een positieve beoordeling hebben ontvangen zoals bedoeld in D4.

E. Specifieke opleidingseisen

1. De SMBWO bevordert dat opleidingen in de zin van dit reglement tot stand komen in het kader van AIO-netwerken, onderzoekinstituten en onderzoekscholen waar de theoretische opleiding wordt geboden, na advies van de betrokken CTB.

2. De SMBWO stelt voor elk vakgebied een opleidingsreglement vast op voorstel van de betrokken vakvereniging(en). Hierbij wordt rekening gehouden met de algemene opleidingseisen (zie D) en adviezen van (eventueel buitenlandse) deskundigen. Het opleidingsreglement beschrijft: de toelating gevende universitaire of hbo-studies; inhoud en eisen van de theoretische vorming; duur, inhoud en eisen van de periode van wetenschappelijke ervaring.

3. De SMBWO wijst, na advies van de betrokken CTB, voor elke opleiding één of meer instituten aan, waar de periode van wetenschappelijke ervaring kan worden doorgebracht.

4. De SMBWO wijst, na advies van de betrokken CTB, voor elk van de onder E3 genoemde instituten één of meer deskundigen aan die als opleider fungeren voor de daar werkzame kandidaten. De opleider dient zich actief bezig te houden met de toepassing van de betrokken discipline en/of met wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Hij dient gepromoveerd te zijn en blijk gegeven te hebben van het vermogen universitair gevormden op te leiden.

5. De aanwijzing van opleidingsinstituten en opleiders geschiedt voor vijf jaar. Deze periode kan verlengd worden met telkens vijf jaar, na advies van de CTB.

6. De SMBWO kan, na overleg met de betrokken CTB, kandidaten die een andere opleiding hebben gevolgd dan de vereiste en/of elders wetenschappelijke ervaring hebben opgedaan, in aanmerking laten komen voor een getuigschrift.

F. Commissie van Toezicht en Beoordeling (CTB)

1. Elke CTB bestaat uit minimaal drie leden, die deskundig en werkzaam zijn in het betrokken vakgebied.

2. De SMBWO benoemt de leden van de CTB na overleg met de betrokken vakvereniging.

3. De benoeming van de commissie, de eerste keer als geheel, geldt voor drie jaar. Om er voor te zorgen dat bij vervanging een niet geheel nieuwe commissie aantreedt is het aan te raden om sommige van de individuele leden voor een langere periode dan drie jaar te benoemen

4. De leden van de CTB wijzen uit hun midden een voorzitter en een secretaris aan.

5. Uiterlijk drie maanden voor de benoemingsperiode van een lid afloopt, meldt de secretaris van de CTB dit aan de SMBWO en aan de betrokken vakvereniging. De CTB doet een voordracht voor een nieuw lid na overleg met de betrokken vakvereniging.

6. Herbenoeming van een lid is mogelijk.

7. De CTB registreert kandidaten voor de opleiding, die door de SMBWO worden aangemeld, na te hebben gecontroleerd of deze aan de toelatingseisen voldoen.

8. De CTB stelt voor elke kandidaat afzonderlijk, op grond van diens voorgeschiedenis en van het opleidingsreglement, de inhoud van de theoretische vorming vast. Dit gebeurt in overleg met de betrokken instelling.

9. De betrokken instelling brengt de CTB ervan op de hoogte als een kandidaat het theoretische deel van de opleiding met goed gevolg heeft afgerond. Vervolgens bepaalt de CTB in overleg met de kandidaat, de instelling en de opleiders, waar deze zijn wetenschappelijke ervaring zal opdoen.

10. De opleider brengt de CTB ervan op de hoogte als een kandidaat de periode van wetenschappelijke ervaring met goed gevolg heeft afgerond. De CTB controleert vervolgens of de kandidaat aan alle eisen uit het opleidingsreglement heeft voldaan.

11. De CTB verstrekt op verzoek van de SMBWO de informatie, die nodig is op grond van D4, E1, E3, E4 en E5 en verstrekt uit eigen beweging aan de SMBWO de informatie bedoeld in F4, F5 en F10.

G. Beroepsprocedure

1. Bij geschillen tussen kandidaat en opleider bemiddelt de betrokken CTB. Als dit niet tot een bevredigend resultaat leidt, kunnen beiden in beroep gaan bij de SMBWO. De uitspraak van de SMBWO is bindend.

2. Bij geschillen tussen kandidaat enerzijds en CTB anderzijds, of tussen opleider of instelling enerzijds en CTB anderzijds, is beroep mogelijk bij de SMBWO. De uitspraak van de SMBWO is bindend.